Boeren en Kredieten

Boeren werken vaak samen

Samen ondernemer in Brabant. Boeren en tuinders werken op allerlei manieren samen. Zo hebben sommige varkenshouders langlopende afspraken gemaakt over de levering van mest. Varkenshouderijbedrijven hebben meestal weinig eigen grond. Daarop kunnen ze de mest van hun dieren niet kwijt. Daarom spreken ze met een akkerbouwer af, dat zij hem ieder jaar mest leveren. De akkerbouwer heeft mest nodig voor zijn planten.

Boeren en tuinders werken ook samen in coöperaties. Een coöperatie is een soort vereniging. Er zijn veel soorten coöperaties. Je hebt er voor de aankoop van kunstmest, van machines, van veevoer, kortom van een heleboel dingen die boeren en tuinders nodig hebben op hun bedrijven. Ook zijn er coöperaties die de producten van boeren en tuinders verkopen, of verwerken en verkopen. Er zijn dus coöperaties die in aardappelen handelen, maar er zijn er ook die aardappelen verwerken tot frites, zetmeel en een heleboel andere nuttige dingen. Coöperaties verwerken melk. Ze maken er kaas en veel andere zuivelproducten van. Een coöperatie verwerkt een groot deel van de suikerbietenoogst. De meeste veilingen zijn coöperaties. Er zijn veilingen voor groenten, bloemen, bloembollen en fruit. In de vorige eeuw hebben boeren en tuinders coöperatieve spaarbanken opgericht. Daar konden ze tegen een redelijke rente geld lenen om hun bedrijven uit te breiden en zaad, vee en machines te kopen.

Met die banken is het eigenlijk allemaal begonnen. De eerste coöperatie was een bank. Een onderlinge kredietvereniging noem je zoiets. Die eerste coöperatieve bank is honderdvijftig jaar geleden in Duitsland opgericht door Friedrich Wilhelm Raiffeisen. In 1898 is de eerste Nederlandse coöperatieve bank in Lonneker gesticht. In bijna elk dorp kwam zo’n bank. Die banken hebben later samen een centrale bank opgericht: de Rabobank. Er zijn ook coöperatieve verzekeringsmaatschappijen. De Hagelunie is er zo en. Veel tuinders verzekeren zich daar tegen hagelschade. Sommige coöperaties zijn in de loop van de jaren van karakter veranderd. Wat nu de Koninklijke Cebeco Groep is, begon in 1899 als een coöperatie voor het aankopen van kunstmest bij de meststoffenindustrie. Ook het aankopen van veevoer was een van de eerste taken. Tegenwoordig doet de Koninklijke Cebeco Groep deze dingen nog steeds. Maar zij heeft ook een vinger in de pap bij de bloembollenhandel, bij een handelsbedrijf dat in gekoeld transport is gespecialiseerd, bij een fabriek van gewasbeschermingsmiddelen, bij voedingsmiddelenbedrijven en nog veel meer niet-coöperatieve ondernemingen. In een coöperatie zijn alle leden gelijk. Elk lid draagt een deel van het risico en beslist mee over wat de coöperatie gaat doen. De leden kiezen een bestuur. Dat ziet bijvoorbeeld erop toe dat de directeuren van ondernemingen van de coöperatie hun werk goed doen.

Vroeger waren er veel meer coöperaties dan nu. De kleine dorpscoöperaties zijn samen gegaan in grote regionale coöperaties. Nog steeds worden er coöperaties opgericht. In sommige streken zijn boeren en tuinders gaan samenwerken in natuur- en milieucoöperaties. Dat zijn organisaties die bijvoorbeeld onderhoud van natuur en landschap doen. Een andere manier van samenwerken die de laatste jaren is opgekomen, is de afzetvereniging. Zo’n vereniging brengt de producten van haar leden aan de man onder een merknaam.

Melkveehouderij

De melkveehouder is de grootste graslandbezitter van Nederland. Hij gebruikt zijn weilanden om van voor- tot najaar zijn koeien op te laten grazen. Maar ook om voer voor de winter van te oogsten. Hoe beter het gras, hoe beter dat is voor de melkproductie. De boer levert met de melk de grondstof voor kaas en andere zuivelproducten. Op een melkveehouderijbedrijf draait het ook om geboorte. Een koe geeft alleen melk als er een kalf is geboren. Daarom zorgt de boer dat de koe elk jaar zwanger wordt. Soms heeft hij ook schapen. Er zijn ook gespecialiseerde schapen- en geitenhouderijen.